Weblog: Edi Clijsters

Hollande: “Merci, Angela!”

11 / 05 / 2012

“Frankrijk kleurt rood, de beurzen ook”. Een alleraardigste boutade was dat. Nu moet een ernstig mens dat rood kleuren van Frankrijk wel met een korrel zout nemen: uittredend president Sarkozy kreeg 48,37 procent van de uitgebrachte stemmen, uitdager Hollande 51,63 %. Een gigantisch verschil (3,26 %) is dat niet.

Bovendien moet je volgens de electorale rekenkunde dat verschil eigenlijk door twee delen. In de kering betekent dat immers dat Sarkozy met nauwelijks 1,64 procent stemmen méér als overwinnaar uit de bus zou zijn gekomen.

Vandaar Hollande’s dankbaarheid tegenover de Duitse kanselier Merkel. Hoezo ? U hebt hem dat niet horen zeggen ? Natuurlijk niet: een staatsman weet wanneer hij er beter het zwijgen toe doet.

Maar aan de werkelijkheid doet dat niets af. Reeds tijdens de campagne had meer dan één intelligente politoloog geopperd dat de openlijke steun van Merkel aan Sarkozy ‘haar’ kandidaat eerder stemmen zou kosten dan opleveren. Haar krasse inmenging in de Franse binnenlandse politiek zou door de Fransen bepaald niet worden geapprecieerd, en Sarko zeker een procent of twee, drie kosten, heette het.

Of daarentegen de (even krasse) openlijke steun van Belgisch premier di Rupo aan Hollande in het voordeel of in het nadeel van de uitdager zou spelen, mochten we niet vernemen. Wellicht heeft dié steunbetuiging in Frankrijk minder aandacht gekregen dan in België…

Het electorale brokje dialektiek (Hollande verkozen dank zij Merkel) mag dan best aardig zijn; wat daarop volgt wordt minder leuk. Want laten we wel wezen: Hollande heeft nog een tweede reden om Merkel dankbaar te zijn. Volgens een inmiddels stevig ingeburgerd gebruik zal Hollande, zoals alle politieke leiders in alle lidstaten dat al vóór hem deden en doen, “Europa” (en in dit geval dus Merkel) de schuld geven voor alle onpopulaire maatregelen die hij zal moeten nemen. Dat zullen er heel wat zijn, en ze zullen niet lang op zich laten wachten.

Romantische zielen verwezen in de voorbije dagen graag naar de overwinning van presidentskandidaat Mitterrand in 1981. Maar uitgerekend die vergelijking laat weinig goeds verwachten. “Besef je wel dat ik, sinds ik geboren ben, alleen maar rechts aan de macht heb gekend ?!” riep een (toen 23-jarige) Franse collega vertwijfeld uit, toen ik destijds schamper opmerkte dat Mitterrand of Giscard eigenlijk niet méér waren dan “bonnet blanc ou blanc bonnet”. Ofte: lood om oud ijzer.

De realiteit zou haar enthousiasme overigens snel temperen. Mitterrand pakte het wel handig aan, dat moet gezegd. Hij wist drommels goed dat hij zijn krappe meerderheid (51,76 %) voor een flink stuk te danken had aan de communistische partij (die in dat verre verleden in Frankrijk nog iets te betekenen had) maar wou die luis in de pels zo snel mogelijk kwijt. Nu hoef je geen marxist te zijn om iets van dialektiek te begrijpen, en dus nam Mitterrand meteen een aantal heel radicale maatregelen … die niet eens een jaar standhielden.

Want ook toen al waren “de financiële markten” meedogenloos: na een paar devaluaties kon de president met zijn onnavolgbare blik van vermoorde onschuld het volk kond doen dat hij het wel geprobeerd had, maar dat de boze buitenwereld niet toeliet een links beleid te voeren. Uit was de rozerode droom. Wat restte was een gematigd en inspiratieloos beleid dat probeerde de scherpste kantjes af te vijlen en zo weinig mogelijk brokken te maken. De brokstukken van ‘Rainbow Warrior” niet te na gesproken, natuurlijk.

Sindsdien hullen “de markten” zich graag in de blauwe vlag met twaalf gele sterren wanneer dat in hun kraam past. Dat betekent onder meer dat Hollande hoegenaamd niet meer speelruimte mag verwachten dan Mitterrand destijds. Integendeel. Over banen, pensioenen, welvaart en over wat de komende generaties te wachten staat, zal weldra alléén nog de ongebreidelde vrije-markteconomie beslissen.

Wie dat betwijfelt maakt zichzelf of zijn achterban iets wijs; wie dat nù nog wil beletten komt een oorlog te laat. Als de Europese sociaaldemocraten aan de economische eenmaking van Europa een sociaal en ecologisch verantwoorde grondslag hadden willen geven, hadden zij dat tientallen jaren geleden moeten proberen, toen ze in een meerderheid van de lidstaten (al dan niet in coalitie met christendemocratische voorvechters van het ‘Rijnlandmodel’) de dienst uitmaakten.

Dat is niet gebeurd; het is zelfs nauwelijks geprobeerd. Nu ja, Kurt Tucholsky wist het al: die dutsen van sociaaldemocraten “dachten dat ze aan de macht waren, terwijl ze ocharme alleen maar in de regering zaten”…

Verrassend genoeg treedt hier een paradox aan het licht waar de Europese arbeidersbeweging en de sociaal- en christendemocraten allesbehalve trots mogen op zijn: terwijl zij er op Europees niveau niet in slaagden tenminste een schijn van Rijnlandmodel te verankeren, schrokken zij er op nationaal niveau haast overal voor terug dat model zó te moderniseren dat het ook in een geglobaliseerde 21ste eeuw zou kunnen overleven.

Je kan dat jammer vinden. Je kan het ook schuldig verzuim noemen. Alleen zijn het niet de Mitterands, de Hollandes of hun geestesgenoten elders in de EU, die voor dat verzuim zullen boeten. Wél die miljoenen aanhangers die nu een paar weken lang hun wensen voor werkelijkheid mogen nemen, en vervolgens – “onvermijdelijk” – het gelag zullen betalen.

Edi Clijsters

Spaarkampioen en dictator

27 / 04 / 2012

De economische en financiële berichtgeving over de eurozone is dezer dagen niet echt iets om vrolijk van te worden. Een gewone sterveling kan nauwelijks nog volgen in de cijferdans van miljardenschulden, rentevorken en risicoschattingen. En helaas valt bij al dan niet ‘gerenommeerde’ experten al evenmin soelaas te vinden. Voor zo ver zij elkaar al niet flagrant tegenspreken, blijken zij maar weinig remedies te hebben waarmee bewindslieden aan de slag kunnen.

Uitgerekend nù mag je het economisch leven niet ‘kapotsparen’ heet het bijvoorbeeld. Integendeel: alleen een krachtig relance-beleid kan redding brengen. Kortom: Keynes is weer helemaal terug, aan de ene kant.

Diametraal daartegenover staan lieden die waarschijnlijk niet dommer zijn, en in elk geval indruk maken met de nuchtere waarschuwing dat zo’n Keynesiaans beleid nog meeer schulden met zich brengt en dus de totale financiële Kladaradatsch alleen maar zal verhaasten.

Ondertussen groeien onvrede en ongerustheid bij de steeds talrijker mensen die beseffen dat zij uiteindelijk weer het gelag zullen betalen. Dat leidt her en der tot verkiezingsresultaten die de traditionele bewindslieden niet bevallen. Alleen tover je die resultaten – laat staan de onvrede en ongerustheid – niet zomaar weg door te schelden op ‘onverantwoordelijke populisten’. Geen wonder dus dat hier of daar al een weldenkend commentator zich afvraagt of we misschien niet “teveel” democratie hebben in Europa.

Potugal 1926

Kortom: hoog tijd voor een leerrijke trip naar het verleden. Stap mee in de teletijdmachine naar Portugal, anno 1926. Lang geleden, inderdaad. En naar de maatstaven van die tijd ook nog ver weg.

In mei 1926 was de Portugese republiek nog geen zestien jaar oud. Gewapende volksopstanden hadden in 1910 de monarchie verjaagd, maar het volk beleefde aan de louter vormelijke regimewisseling weinig genoegen. Aan de schrijnende sociale wantoestanden veranderde maar weinig, en àls er al eens een burgerlijke regering daar iets wou aan doen werd ze prompt wandelen gestuurd.

Nog meer sociale opstanden dus, en nog meer militaire ingrepen. En tussendoor het macabere ballet van egootjes in het uiterst beperkte burgerlijke politieke wereldje. Een desastreuze deelname aan de Eerste Wereldoorlog, afgedwongen door Britse chantage, zadelde het land bovendien op met een (naar toenmalige maatstaven…) immense schuldenberg.

In 1926 vond de legerleiding dat het welletjes was geweest, en stuurde de burgerlijke regeerders naar huis. Alleen…brachten de militairen er zelf nog minder van terecht. In 1928 was het land zo overduidelijk bankroet dat het op de internationale financiële markten (jawel, ook toen al !) zelfs geen lening meer kreeg. De Portugese regering verzocht daarop de Volkerenbond (voorloper van de Verenigde Naties) om de onderhandelingen met oude en nieuwe schuldeisers te ‘patroneren’.

Helaas. De afgezette burgerlijke leiders waarschuwden meteen Volkerenbond en internationale financiers dat alleen het naar huis gestuurde parlement een lening in het buitenland kon goedkeuren. Dat was duidelijk: indien nù een lening werd toegestaan, zou die niet erkend worden wanneer de burgerlijke regering weer aan de macht zou komen.

Daarop stuurde de Volkerenbond een onderzoekscommissie naar Portugal, met daarin onder meer zwaargewichten als Briand (F), Stresemann (D), Chamberlain (UK) en anderen. Die commissie liet over haar bevindingen geen twijfel bestaan: van onderhandelingen kon pas sprake zijn indien Portugal zou aanvaarden onder feitelijke curatele te worden gesteld.

Salazar

Bij militaire regering én burgerlijke opposanten kende de verontwaardiging over deze “kaakslag voor het nationale eergevoel” geen grenzen. “Wat we zelf doen, doen we beter” moeten de Portugezen gedacht hebben. Voor de internationale ‘patronage’ bedankten ze, de buitenlandse schuldeisers lieten ze op hun honger zitten, en uit Coimbra haalden ze een jonge conservatieve hoogleraar van stal om orde op zaken te stellen.

De toen 39-jarige Antonio de Oliveira Salazar bleek alras een meester in het manipuleren van mensen, meer nog dan van cijfers. Met talentvol gespeelde bescheidenheid trok hij binnen de kortste keren alle macht naar zich, om ze vervolgens nooit meer af te staan. En ja: hij kreeg het budget in evenwicht, bouwde schulden af en zelfs een spaarpotje op. En genoot daarom tot ver in de jaren ‘zestig van vorige eeuw groot prestige bij conservatieven in de hele westerse wereld. Want ach…dat Salazar zijn budgettaire krachttoer slechts kon waarmaken dank zij een meedogenloze dictatuur….een conservatief en/of financier die naam waardig, maalt daar toch niet om ?

Kapotsparen

Alle ideologische gekheid op een stokje: leerrijk aan onze geschiedenis-trip is in dit geval vooral het resultaat van veertig jaar dictatoriale spaarzaamheid. Onder Salazar werd Portugal namelijk een land waarin infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg eerder aan de late achttiende eeuw deden terugdenken dan aan halfweg de twintigste. De obsessie met budgettaire orthodoxie maakte het land op enkele tientallen jaren tijd tot het achterlijkste van West-Europa.

‘Kapotsparen’ is dus niet zomaar een kreet. Generaties Portugezen hebben ondervonden wat zoiets in werkelijkheid betekent. Natuurlijk loopt elke vergelijking mank. Maar er zijn ook nogal wat “gelijkenissen met bestaande personen of toestanden” die niét “geheel toevallig” zijn.

Of de dictatuur van een kleinburger erger is dan die van grootfinanciers is nog maar de vraag. Hoe dan ook: zoiets wil je toch in het begin van de 21ste eeuw niemand nog aandoen. En al helemaal niet als je voor ogen houdt dat landen als Griekenland, Spanje en Portugal echt wel meer dan genoeg ervaring hebben opgedaan met rechtse dictaturen.

Hoe moet het dan wel ? Tot dat debat zal de volgende blog een irritant steentje bijdragen. Als tegen die tijd de grote Kladaratatsch niet heeft plaatsgevonden.

Edi Clijsters

De ene O is de andere niet

13 / 04 / 2012

Tot slot van de ‘power point’ presentatie verschijnt een commerciële boodschap op het scherm: “Deze les en de vier volgende worden u aangeboden door Farmaflux, leader in medical innovation”.

Zo zal het er (als we de onheilsprofeten mogen geloven, en dat mogen we) binnen enkele jaren in het hoger onderwijs aan toe gaan. Gratis bestaat nu eenmaal niet, de overheid besteedt haar schaarser wordende middelen blijkbaar liever aan andere dingen, en de kloof tussen theorie en praktijk kan niet vroeg genoeg worden overbrugd.

Wat is er dan logischer dan het onderwijs te laten financieren door het bedrijfsleven? Vakken waarvoor geen sponsor wordt gevonden worden opgedoekt, en wie zich nog wil bezighouden met oudgrieks of azteekse kunst moet maar een rijke erfgenaam het hof maken, of zich verzoenen met een schamel bestaan als Privatdozent. Feitenkennis haal je voortaan uit Wikipedia, zelf leren denken wordt sowieso taboe.

Overdreven ? Wacht maar af. In elk geval is onderwijs een onuitputtelijk thema, een onuitputtelijke bron van inspiratie, van ergernis, en…van cafépraat. Want aangezien iedereen wel ’s met onderwijs te maken heeft gehad, denkt ook iedereen daarover een mening te (mogen) hebben. Dat laatste hoor je dan vooral van hooggeleerde heren (hooggeleerde dames zijn doorgaans wel wat realistischer) die ondertussen zelf de meest bedenkelijke ideeën opperen.

Manager

Hoe meer je van je eigenlijke onderwijzende functie vervreemdt om een departement, faculteit of universiteit te gaan ‘managen’, hoe erger het wordt. En zodra je het tot onderwijs-tycoon hebt gebracht, heb je uiteraard alleen nog oog voor cijfers en rendement, in gelegenheidstoespraken pompeus verhuld als “maatschappelijk nut”. Misschien word je zelfs ooit baron, en dan gebiedt de valse bescheidenheid je om in interviews te beklemtonen dat je nu “heus niet naast je schoenen gaat lopen”. Wat iedereen grif gelooft, want daar liep je lang voordien al naast.

Van een voormalig rector van de KU Leuven, technocraat bij uitstek in dienst van competitie-maatschappij, stamt bijvoorbeeld de gedachte dat het onderwijsbeleid in de 21ste eeuw er niet mag voor terugschrikken bepaalde studiekeuzes te “ontraden” en andere te “belonen”.

Origineel is die gedachte helemaal niet, maar dat is ook nergens voor nodig. Managers horen geen originele gedachten te hebben; ze moeten versleten ideeën alleen aan de man kunnen brengen in een nieuwe verpakking die het doelpubliek aanspreekt. En deze gedachte klinkt ongetwijfeld als muziek in de oren van budgetbeheerders, planbureaus en andere managers. Ze heeft helaas één groot nadeel: dit is DDR-beleid van het zuiverste water.

Pardon? Wat krijgen we nu ? 21ste-eeuwse managers en paleo-communisten één front? Waarom niet, zolang je onder de vlag ‘maatschappelijk nut’ de meest tegenstrijdige ladingen kan vervoeren …

Vragen

In ernst: als het gaat over onderwijs – van laag tot hoog, van betekenis en doel, over inhoud en methode, tot financiering en personeelsbeleid – ontbreekt het waarachtig niet aan vragen, en nog veel minder aan antwoorden.

Is het onduldbare overheidsinmenging wanneer kinderen – let wel: àlle kinderen, zowel uit autochtone als uit allochtone families – in het jaar vóór ze naar de lagere school trekken aan een taaltest worden onderworpen, en desnoods aan extra taal-onderwijs, om ervoor te zorgen dat ze tenminste op dat vlak met gelijke kansen zullen starten in dat lager onderwijs ?

Is het eind van de westerse beschaving in zicht wanneer jonge mensen niet meer uit het hoofd hoeven te weten welke veldheer in welk jaar welke slag heeft ‘gewonnen’, maar wél te horen krijgen dat niet elke kindervriend even onschuldig is, of wat een condoom is en hoe je het moet gebruiken ?

Mag een jonge, enthousiaste wetenschapster in haar vrije tijd te velde trekken tegen wat zij (strikt persoonlijk) ongeoorloofd onderzoek vindt, en het wetenschappelijk werk van collega’s vernietigen ? Of is dat onwaardig gedrag, dat met een feitelijk Berufsverbot moet worden bestraft ? Zijn voedselvoorziening en multinationaal winstbejag altijd en overal onverzoenbaar, en welke overheid kan dan het echte ‘maatschappelijk nut’ van de wetenschap beschermen ?

Vragen in overvloed. Levensbelangrijke vragen. Maar in verhouding veel te weinig ernstig, eerlijk, onderbouwd en toekomstgericht debat.

En dan hebben we het nog niet gehad over die andere en niet minder prangende vraag: kan er nu werkelijk niemand de verantwoordelijke bewindslieden – bijvoorbeeld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – aan het verstand brengen dat een overheid haar geld beter besteedt aan scholen en leerkrachten dan aan extra politie? Bijvoorbeeld onder het motto: ordehandhaving is goed, onderwijs is beter.

Edi Clijsters

Over illegale en legale criminelen

30 / 03 / 2012

“Illegale criminelen”, zo verkondigde premier Di Rupo eerder deze week, “horen in dit land niet thuis”. Waaaw. Wat een inzicht. Wat een kordate taal. Applaus dus. Of…nu ja, misschien moet de stormachtige bijval nog even uitblijven, en pas losbarsten wanneer op de krachtige taal ook min of meer daadkrachtige maatregelen volgen.

Hoe dan ook blijft het een merkwaardige uitspraak van de premier. Want wie van correct taalgebruik houdt, fronst hier wel even de wenkbrauwen. En vraagt zich af of “illegale criminelen” niet gewoon een tautologie is ? Een uitdrukking waarvan de twee termen eigenlijk precies hetzelfde zeggen ? Zoals bijvoorbeeld “bouwvallige ruïne” of “gierige vrek”.

Tautologie

Neen, belt u nog niet meteen naar de racisme-bestrijders ! Hier wordt niet zomaar categorie A gelijkgesteld met categorie B; het gaat alleen om een taalkundige bedenking. Een crimineel, dat is toch iemand die een misdrijf begaat; en een misdrijf is tegen de wet en dus illegaal. Volgens die simpele logica is “illegale criminelen” dus inderdaad een tautologie. Hoewel. Momentje.

Alras werd verduidelijkt dat men eigenlijk bedoelde: criminelen die illegaal in ons land verblijven horen hier niet thuis. Wat eigenlijk ook weer een soort tautologie is, maar kom. In werkelijkheid zie je dat die ondernemende lieden zich hier blijkbaar wel echt thuis voélen.

Want zeg nu zelf: je verblijft hier ettelijke jaren illegaal, wordt wegens misdrijven allerhande ook ettelijke keren opgepakt, en krijgt dan telkens het vriendelijk maar dringend verzoek “het grondgebied te verlaten”. Wat een giller ! Alsof een illegale crimineel met enig zelfrespect zich in de ogen van zijn collega’s belachelijk wil maken door aan dat verzoek te voldoen. Neen, in bewustzijn van je waardigheid als illegale crimineel werp je die opeenvolgende verzoeken gewoon weg. Opgeruimd staat netjes.

Contradictio in terminis

Daarmee zijn we evenwel nog niet aan het eind van onze taalkundige bedenkingen. We gaan even voorbij aan de vraag of “legaal in het land verblijvende criminelen” hier dan wel thuishoren. Het antwoord is immers overduidelijk ja. En we willen dat blijkbaar graag zo houden. Vandaar allicht de overbevolking in de gevangenissen. En vandaar allicht dat het evacueren van gevangenen naar beter uitgeruste penitentiaire instellingen in een wat beschaafder buurland bepaald geen succes is gebleken.

Maar de ware en zoveel boeiender vraag is natuurlijk: bestaat er dan ook zoiets als “legale criminelen”?

Op het eerste gezicht is het antwoord duidelijk: neen. Want hier hebben we te maken met een ander geleerd woord uit de taalkunde: “legale crimineel” is een contradictio in terminis: een uitdrukking waarvan het ene deel precies het tegenovergestelde zegt van het andere. Zoals bijvoorbeeld “doorbrave schurk” of “gulle vrek”. Het omgekeerde van een tautologie, als het ware. Zie dus hierboven: een misdrijf is tegen de wet, en wie zich daaraan schuldig maakt kan dus per definitie niet ‘legaal’ zijn. Hoewel. Momentje.

Rechtvaardigheidsgevoel?

Iedereen die tot de jaren van verstand is gekomen, leert vroeg of laat dat sommige praktijken misschien niet indruisen tegen de wet, maar wel tegen een elementair rechtvaardigheidsgevoel. De Oude Romeinen wisten dat al en hadden er een fraai spreekwoord voor: summum ius, summa iniuria. De perfecte toepassing van de wet kan in werkelijkheid neerkomen op flagrant onrecht. En ook tweeduizend jaar later kan je, wanneer je in de voorbije maanden af en toe een krant las of een nieuwsuitzending volgde, zonder moeite een paar flagrante voorbeelden opnoemen.

“Kom op, overheid ! Kom onverwijld over de brug met een paar honderd miljoenen, of we trekken met dit bedrijf naar andere oorden. En dan zit u opgezadeld met weer zoveel werklozen meer”. “Kijk uit, overheid ! Want als we zouden moeten betalen wat is afgesproken dan laten we de boel gewoon failliet gaan, en dat zal u nog oneindig veel meer geld kosten”. “Kom, kom, overheid. U gelooft toch niet écht dat wij van de riante winsten die we maken omdat u ons toestaat oude installaties verder te laten draaien, ook maar de helft aan u zouden schenken. Komaan zeg. We gaan hier toch geen communisme invoeren, zeker ?!” Enzovoort, enzovoort. Namen noemen is zelfs overbodig: de oplettende lezer ziet meteen over wie het gaat.

En de oplettende lezer beseft allicht ook – ietwat knarsetandend – dat je in die uitspraken ‘overheid’ leest, maar ’sukkelaars van belastingbetalers’ moet denken. De doorsnee-burger vindt dat gedrag van topfiguren uit het zakenleven (én de bonussen die ze daarvoor krijgen…) misschien stuitend, schandalig, op het randje af misdadig, maar blijkbaar kan het. Strikt juridisch is het niet ‘crimineel’ want niet in strijd met enige bestaande wetsbepaling.

Chantage

Met andere woorden: er schort iets aan de bestaande wetten. Slordige en dus aanvechtbare formuleringen, wetten die meer gaten zijn dan net, of … wetten die er gewoon niét zijn. Het resultaat is telkens hetzelfde, en daar komt het op aan: immoreel gedrag is daarom nog geen crimineel gedrag. Zo simpel is dat. Legale criminelen zijn niet zomaar een contradictie; ze bestààn gewoon niet.

Andere en betere wetten dan maar ? Wie gelooft in de maakbaarheid van de samenleving kan uit die illusie wellicht enige troost putten. Maar misschien hoeven we daar niet eens op te wachten. Misschien hebben we gewoon een paar assertieve en integere gerechtsdienaars nodig, zoals bijvoorbeeld een Baltazar Garzón in Spanje dat was. Want enkele van de uitspraken die we de jongste tijd horen zijn toch alleen maar samen te vatten onder de noemer ‘chantage’. En dat is bij wet verboden. Crimineel, als het ware.

Edi Clijsters

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Geen noodlot

17 / 03 / 2012

Kan een mens op een dag als deze eigenlijk met goed fatsoen over iets anders schrijven dan over het vreselijke ongeval in Sierre ? Neen, natuurlijk. Hoewel.

Neen, natuurlijk. Want “het hele land deelt in het verdriet van de getroffen families”. Politieke meningsverschillen worden opzij geschoven of in mineur behandeld, sportwedstrijden en andere feestelijkheden uitgesteld of tenminste met een minuut stilte aangevat; een dag van nationale rouw wordt afgekondigd. Want het IS natuurlijk verschrikkelijk: zoveel jonge levens die plots, “zomaar” worden vernietigd. Omdat op die plaats en op dat tijdstip het blinde noodlot toesloeg. Je moet al een onmens zijn om dan volstrekt onbewogen te blijven bij het oprechte verdriet van zovelen.

Hoewel

Met oprecht verdriet kan je oprecht mee-leven, ja. Maar bij de tsunami aan valse emotie die je nu over je heen krijgt, moet je al verdomd op je tellen passen om niet in cynisme te verzeilen. Kranten die elkaar pogen te overtreffen in aantal pagina’s, televisiestations die wedijveren in aantal minuten en prangende beelden, politici die zich verdringen om te bewijzen hoe dicht ze bij “de mensen” staan…

Je kan moeilijk geloven dat ze alleen worden gedreven door oprecht medeleven, zonder enige bijgedachte aan oplage, kijkcijfers, electoraal potentieel. In de veronderstelling dat het al om bij-gedachten gaat en niet om primordiale reflexen. De terughoudendheid tegenover de getroffen families – die in feite niet méér is dan elementaire beleefdheid – blijkt in elk geval ver te zoeken.

Begrijpelijke menselijke reflex

Onvermijdelijk duiken dan ook andere bittere bedenkingen op.

De blijkbaar onuitroeibare “geografie van het medeleven” bijvoorbeeld, die ertoe leidt dat voor media, beleidsmakers en openbare opinie pakweg 22.000 doden in een ver land veel minder aandacht krijgen dan 22 in eigen land. Tenzij er landgenoten bij zijn, natuurlijk. Want dan treedt de “rekenkunde van de huidskleur” op: blanke doden zijn nog altijd x maal meer inkt of zendtijd waard dan andere.

Goed, die bedenking is (zeker onder mediamensen) ‘afgezaagd’. Is ze daarom minder juist ? Neen. Getuigt ze van gebrek aan respect voor slachtoffers en hun familie ? Zeker niet. Kan ze zomaar van tafel worden geveegd als goedkoop cynisme, of, erger nog, als “omgekeerde lijkenpikkerij” ? Evenmin. Maar ach, tenslotte gaat het hier slechts om een heel simpele en heel begrijpelijke menselijke reflex: het hemd is nader dan de rok, en medeleven hoeft niet perse op te houden aan de dorpsgrenzen, maar het wordt daarbuiten wel minder intens.

Rechtvaardiger wereldorde

Er zijn evenwel nog andere bedenkingen te maken. Die zijn evenmin cynisch, maar wel wat venijniger dan de bovenstaande.

Mag men er op een dag als deze ook aan herinneren dat in de Derde Wereld nog altijd jaar-in, jaar-uit meer dan tien miljoen kinderen beneden vijf jaar sterven ? Dat zijn er bijna zevenentwintigduizend vierhonderd per dag. 27.400 per dag, dat hebt u goed gelezen.

Alleen: zoiets lezen we natuurlijk niet grààg. En we denken daar vooral niet graag over na. Want eigenlijk weten we maar al te goed dat hier nu ’s niet het “blinde noodlot” in het spel is. Die kinderen sterven ten gevolge van ondervoeding en gebrek aan elementaire hygiëne en medische voorzieningen. Dat zijn omstandigheden waaraan wél te verhelpen valt door menselijk ingrijpen. En daar zijn niet eens zo verschrikkelijk veel middelen voor nodig. Meer dan de 132,8 miljoen Euro die een of andere talentrijke manager onlangs als bonus opstreek, OK, maar toch…

Gelieve daarbij niet meteen te denken aan de (eveneens prangende !) tv-beelden van gezwollen buikjes en uitpuilende oogjes die u regelmatig te zien krijgt uit vluchtelingenkampen. Of aan de bedragen voor voedselhulp waarmee bewindslieden en caritatieve organisaties graag pronken. De werkelijkheid is helaas minder pittoresk, en zelfs minder eenvoudig.

Die ellende kan namelijk verregaand worden verholpen door een handvol internationale mechanismen en machtsverhoudingen grondig te wijzigen. Zeg maar: door een rechtvaardiger wereldorde.

Alleen: wat zo een “rechtvaardiger wereldorde” betekent is nu eenmaal minder vlotjes in beeld of onder woorden te brengen. Want dat heeft dan te maken met uitbuiting, in alle vormen van uiterst brutaal tot bijzonder gesofistikeerd. Het heeft te maken met internationale financiële mechanismen (die hoegenaamd niet zo ‘natuurlijk’ zijn als wel ’s wordt beweerd door wie daar belang bij heeft) en met internationale handelsrelaties die hier overconsumptie en ginds ondervoeding in de hand werken. En met politieke en/of maatschappelijke structuren die ervoor moeten zorgen dat die mechanismen en relaties in stand worden gehouden. Ginds door democratische bewegingen onmogelijk te maken en elites om te kopen. Hier door kritische geluiden te verdrinken in zeeën van sensatie en nep-emotie.

Noodlot werkt op de traanklieren; onrecht knaagt aan het geweten. Maar dat moet dan wel voorhanden zijn. Indien niet, zo meende een bekende Vlaamse schrijver die 100 jaar geleden werd geboren, moet je de mensen maar een geweten schoppen.

Edi Clijsters

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Een vodje papier onder het beton

02 / 03 / 2012

Naar huidige media-maatstaven beland je zo ongeveer in het steentijdperk wanneer je meer dan een kwart eeuw teruggaat in de geschiedenis. Jongere lezers (m/v) zullen zich dit dus nauwelijks kunnen voorstellen, maar ook vijfendertig jaar geleden bestonden er al apparaten waarmee levende taferelen (inclusief klank !) konden worden vastgelegd voor het nageslacht.

Dank zij die wonderen der techniek laten we ons nu even terugflitsen naar een van die vele bizarre periodes in de vaderlandse geschiedenis. Het tijdstip: 11oktober 1978; de plaats: de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. “Er hing storm in de lucht” aldus een kroniekschrijver van die tijd.

Egmont

Wat was er aan de hand ? Het zogenaamd ‘communautaire’ probleem woog al ettelijke jaren op het politieke leven, en stond volgens de weldenkende, gevestigde machten “het aanpakken van de werkelijke problemen in de weg”. Na veel touwtrekken en nachtelijke vergaderingen was in 1977 tenslotte een regeerakkoord tot stand gekomen dat weliswaar met haken en ogen aan elkaar hing maar toch de ambitie had die “valse problemen” eens en voorgoed op te lossen.

Dat beroemd-beruchte “Egmont-pact” werd echter fel omstreden, en toen de uitvoering van het akkoord in botsing bleek te komen met de grondwet, steeg de spanning ten top. In een talentrijk geënsceneerde uitbarsting brak toenmalig premier Tindemans een woelig Kamerdebat af met de uitroep dat “de grondwet geen vodje papier is” en dat hij meteen het ontslag van de regering aanbood in plaats van te buigen voor de junta van partijleiders.

Wie zijn klassiekers kent (zie hierboven: steentijdperk) weet natuurlijk dat de geschiedenis zich niet herhaalt, tenzij als farce. En ook wie Marx alleen kent als een betere kledingszaak in Trier, heeft al wel ’s vooraan in een sleutelroman de waarschuwing gelezen dat “elke gelijkenis met bestaande personen of toestanden geheel toevallig is”. Zo ook hier.

Omgekeerd

Wat zich nu met het regeerakkoord van eind 2011 aftekent is namelijk hoegenaamd geen farce, maar veeleer het negatief van de foto uit 1978 (met excuus voor de pre-digitale beeldspraak). Wat toen wit was is nu zwart, en omgekeerd.

Nu is de premier een enthousiast verdediger van het akkoord, dat hij trouwens in grote mate zelf gestalte heeft gegeven. Nu weigeren de Vlaamse media ook maar iéts verkeerds te zien in het voorliggende akkoord, of hun publiek daarover kritisch en evenwichtig te informeren. Nu staat zowat het hele Belgische establishment (toen een scheldwoord voor velen die er nu deel van uitmaken) vierkant achter dit akkoord: om erger te vermijden en omdat het de Franstaligen perfect in de kaart speelt.

En last but not least: toen zouden de faciliteiten voor Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel expliciet uitdovend zijn; nu worden ze gebetonneerd in de zes faciliteitengemeenten en stiekem maar deskundig voorbereid in heel Vlaams-Brabant. Terwijl in Brussel zelf de positie van het Nederlands al even deskundig wordt ondermijnd.

Klinkt niet zo fraai, inderdaad. Maar is helaas wel zo. Wie nog van enig elementair Vlaams zelfrespect last heeft, en een uurtje de tijd neemt om dit regeerakkoord ook echt te lezen (veiligheidshalve met de originele Franse tekst ernaast) valt gewoon van zijn stoel.

Maar om te jammeren is het te laat. Want er blijken toch ook wel merkwaardige parallellen op te duiken met 1978. De particratie heeft besloten dat dit akkoord zal worden uitgevoerd. Zelfs als daarvoor de grondwet als een vodje papier moet worden behandeld. Anno 2012 is de PS-leider wat fijnbesnaarder dan zijn voorganger in 1978, die toen vond dat een akkoord onder partijleiders voorrang verdiende en zelfs een verkrachting van de grondwet rechtvaardigde.

Beton

Maar de essentie blijft dezelfde. Ook al moet er wat anti-constitutionele spitstechnologie bij komen kijken, het regeerakkoord moet binnen de kortste keren in wetten worden omgezet. Nu ja: tenminste bepaalde passages uit het akkoord. Maar die worden dan wel “in beton gegoten” zodat ze praktisch nooit meer kunnen worden gewijzigd. En er is haast bij, want blijkbaar geeft de regering zichzelf weinig kans om 2014 te halen.

Elke bookmaker met enige kennis van Belgische politiek zou hierover winstgevende weddenschappen kunnen afsluiten met lieden die tegen beter weten in dit regeerakkoord verdedigen: zodra de verregaande verworvenheden van de Franstaligen in bijzondere (lees: niet meer te wijzigen) wetten zijn gegoten, zal de  rest van de staatshervorming stilvallen.

“De trein van de staatshervorming is vertrokken”, verzekeren ons de bevoegde bewindslieden. Dat in dit land treinen soms wel vertrekken maar dan niet verder geraken dan het eerste seinhuis, is hen wellicht ontgaan. “De betonmolens zijn uitgerukt” zou trouwens een passender uitdrukking zijn, want er moet wat af-gebetonneerd worden in de komende weken.

En binnen een kwart eeuw zullen archeologen dan onder al dat beton misschien de restanten van een vodje papier ontdekken.

Edi Clijsters

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

Blauwe Amadezen

17 / 02 / 2012

Vastgoedcrisis in de VS, bankencrisis in de VS, bankencrisis in Europa, bankencrisis in België, acute crisis in de Eurozone, en, alsof dat allemaal nog niet genoeg was, politieke crisis in België, en – eindelijk ! – groeiende twijfels over de gezondheidstoestand van onze economie. Ook wie optimisme een morele plicht vindt, kan er niet meer omheen: er zijn geen zekerheden meer.

Gelukkig is daar die andere diepe wijsheid : crisissen zijn uitdagingen. En zijn voor een lethargisch geworden politieke klasse in het beste geval zelfs een aansporing om oude vormen en gedachten overboord te werpen. Maar wat met name in de liberale hoek de voorbije weken werd vertoond, slaat werkelijk alles. Oordeel zelf.

Aanpassing van het index-mechanisme ? Verhoging van de btw-voeten ? Pats, boem, elke keer opnieuw raak: wat al sinds jaar en dag door de ‘amadezen’ als roependen in de woestijn werd verkondigd, hoor je nu uit de mond van liberale kopstukken ! Een mens gelooft zijn oren niet…

Momentje. Hier is wellicht eerst een historische toelichting noodzakelijk voor de lezers die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd naderen. “Amadezen” ? In de prille jaren ‘zeventig van vorige eeuw ontstond “Alle Macht aan de Arbeiders”, de voorloper van wat nu de PvdA is: de Partij van de Arbeid, maar dan op zijn Belgisch, en aardig wat radicaler dan de Nederlandse partij met die naam. De aanhangers van Amada zagen toen in de Chinese Volksrepubliek het lichtend voorbeeld, en waren jarenlang zelfs trots als ze omschreven werden als ‘maoïsten’. Gezien die sympathie koppelden niet-sympathisanten (uiteraard vooral te vinden bij andere klein-linkse obediënties) Amada en China alras tot de woordspeling Amadezen. Sinds de PvdA tot de realiteit is teruggekeerd is dat alles natuurlijk nog slechts een ver verleden.

Maar wat blijkt nu ? Dat men hen hun toekomst wil afnemen, verdorie. Of waarom zouden anders volbloed-liberalen plots uitpakken met eisen – of althans: suggesties – die naadloos aansluiten bij fundamentele ‘amadezen’-stellingen ?

Minister van Quickenborne opperde onlangs zowaar dat men de aanpassing van de lonen aan de stijgende levensduurte wellicht beter kon realiseren in centen dan in procenten, want dat zou toch wel wat socialer zijn. Nu kan je je natuurlijk afvragen in hoeverre die ‘Quickeldinges’ wel aanspraak mag maken op het etiket volbloed-liberaal. Eigenlijk was hij toch jarenlang eerder een buitenbeentje, rond wie de wietgeur pas na enkele jaren – maar dan ook grondig – werd verdrongen door die van eigendunk.

Edoch, daar bleef het niet bij. Niemand minder dan de jonge en ondernemende partijvoorzitter, van wie werkelijk niemand de eminente diepblauwe pédigrée kan loochenen, valt hem nu bij. Het wordt hoog tijd om die index-aanpassingen eens op een wat socialere leest te schoeien, heet het kranig. Want laten we wel wezen: voor wie veel verdient is die procenten-regeling gewoon een extra-kers op de taart; voor bescheiden inkomens zijn de bijkomende centen daarentegen letterlijk broodnodig. Als je dus in tijden van crisis die tweede categorie wil beschermen moet je misschien wat beknibbelen op de eerste. Verdraaid, zeg. Het lijkt wel ‘Solidair’-met-fluwelen-handschoenen !

Nu had de jonge en ondernemende voorzitter zich eerder al laten opmerken door – voor liberalen – ongewoon krasse taal. In ondubbelzinnige bewoordingen had hij stelling genomen tegen een verhoging van de btw, met het zeer terechte argument dat die btw een bij uitstek asociale vorm van belasting is. Letterlijk wat linkse rakkers tientallen jaren eerder al verkondigden toen de btw werd ingevoerd !

En net zoals in ‘Solidair’ waait hier ook dezelfde wind over de beide delen van dit onvergelijkelijke land. Ook de Franstalige liberale voorzitter wond er geen doekjes om: geen sprake van een verhoging van die asociale belasting. Nu zijn zowel Alexander als Charles trotse telgen van liberale boegbeelden die zich wàt graag als ’sociaal-liberaal’ profileren. En dat maakt hun toch al verrassende standpunt extra boeiend.

Want, tja, als er geld tekort is, moet je ofwel de inkomsten verhogen ofwel de uitgaven verlagen. Die eerste aanpak is uiteraard taboe voor iedereen die zich een beetje liberaal voelt (en dus voor vrijwel alle Belgen), maar de tweede dreigt aan sociale verworvenheden te raken. Daarmee staan beide sociaal-liberale voorzitters dus voor precies dezelfde verscheurende keuze die deze regering intern al verdeelde nog voor ze goed en wel gevormd was. En die ze nog verder zal verscheuren naarmate de externe druk op de vaderlandse financiën toeneemt. Boeiend wordt het ongetwijfeld. Maar hoopgevend ? Da’s een ander paar mouwen.

Daarbij zou een mens haast uit het oog verliezen dat in deze coalitie van vaderland-redders ook een kleine en een grote sociaaldemocratische partij zetelen. Hoe bestaat het dat die zich de kaas van het brood laten halen door een handvol blauwe amadezen ?

Wel…ach neen, het antwoord op die vraag is te triestig om er ernstig aan te beginnen.

Spoorslags naar de B&B

03 / 02 / 2012

Vanwege zoveel ander ophefmakend nieuws is het wellicht aan uw gewaardeerde aandacht ontsnapt, maar enkele dagen geleden werd de tweejaarlijkse GPBA uitgereikt: de Grote Prijs voor de Bevordering van het Autoverkeer. Dat klinkt nogal omslachtig, en dus hoor je die prijs ook wel ’s omschrijven als “de fijnstof-prijs” of kortweg “de B&B-prijs” ofte “Blik & Beton-prijs”.

Oppermachtige lobby

Alleen horen de initiatiefnemers dat niet graag, omdat ze menen dat hun prijs daarmee in een ietwat kwalijk daglicht wordt gesteld. Die initiatiefnemers, het zal u niet verbazen, zijn autobouwers, -verdelers, en -herstellers allerhande, samen met de aannemers van wegenwerken, alias de betonboeren.

Dat is een oppermachtige lobby, en dus is de tweejaarlijkse prijs ook zeer gegeerd en soms fel omstreden. Daar staat tegenover dat sommige laureaten liever niet àl te veel ruchtbaarheid geven aan hun bekroning als waterdragers voor de blik-en-betonsector. Zo zullen bijvoorbeeld slechts weinigen zich herinneren dat enkele jaren geleden de Vlaamse Regering werd bekroond om haar inzet ten voordele van de Lange Wapper; u herinnert zich misschien wél dat het daarbij ging om een volstrekt krankjorum project, fanatiek bepleit door een provinciegouverneur die zich nu eenmaal graag tooit met bouwvakkers-symbolen.

NMBS

Ook dit jaar was de selectie geen eenvoudige klus. De spanning liep zelfs zo hoog op dat de jury er tenslotte slechts uitgeraakte door de prijs ex aequo toe te kennen aan twee heftig rivaliserende kandidaten: de NMBS-top, en de NMBS-bonden. De combinatie mag verrassend zijn, de motivering van de jury was dat evenzeer. Beide laureaten werden uitdrukkelijk geprezen als “uiterst efficiënte vijfde colonne tegen het openbaar vervoer”.

Nemen we eerst de verdiensten van de top onder de loep – met excuus voor de verwarring die het woord ‘verdienste’ wellicht kan oproepen. Neen, het gaat niet om de sommen die de topmensen jaarlijks opstrijken, en uiteraard al helemààl niet om hun verdienste ten bate van het openbaar vervoer. Kom zeg, alsof zij dààrvoor benoemd zouden zijn.

Het gaat bij die prijs wel degelijk om de verdienste inzake bevordering van het autoverkeer. Want: hoe ellendiger het openbaar vervoer, hoe meer mensen alsnog de zekerheid van de file zullen verkiezen boven de onzekerheid van het spoor.

Verwaarloosde infrastructuur

Simpele geesten zijn nu geneigd te denken dat die topmanagers uiteindelijk toch niet onaardig betaald worden om gewoon hun werk te doen: zorgen voor stipt, veilig (en liefst ook ietwat comfortabel) openbaar vervoer. Dat ze hoegenaamd geen bonussen hoeven te krijgen wanneer ze in die opdracht slagen, maar veeleer op hun riante loon een fikse malus zouden moeten inleveren wanneer ze daar niét in slagen. Maar dat is eenvoudig en logisch en dus volslagen voorbijgestreefd.

Heden ten dage zijn managers vooral onmisbaar om via fabelachtige bonussen en vergoedingen de bedrijfskas te plunderen, zodat voor de eigenlijke taken – laat staan voor de eigenlijke werknemers – geen geld meer overblijft.

Dus wordt bij de NMBS het materiaal verkocht, de infrastructuur verwaarloosd. Wie de nieuwe, buitenlandse eigenaars zijn van het ‘rollend materiaal’ kan elke oplettende treinreiziger lezen boven de deur van de wagons. En zelfs de weinig oplettende reiziger heeft al vastgesteld hoe snel de infrastrucuur het laat afweten wanneer het regent of vriest, koud of warm wordt – allemaal verschijnselen die zich in dit land zelden of nooit voordoen.

Geen toonbeeld van creativiteit

De bonden dan. Hier heerst pas echt vrijheid, blijheid. En creativiteit, ho maar !

Diezelfde simpele geesten van voorheen denken wellicht nog dat een vakbond bedoeld is om belangen van werknemers te verdedigen tegen overheden of bedrijfsleiders die deze belangen aanvallen. Werknemers verdedigen zich dan door bijvoorbeeld de productie lam te leggen, die immers bedoeld is om winst op te leveren. Nog simpeler uitgedrukt: de bazen pijn doen, niet de klanten.

Bij openbare diensten – en met name bij openbaar vervoer – ziet dat plaatje er helaas heel anders uit. Hier worden de klanten slachtoffer van een staking, niet de bazen. De bittere ironie is dan wel dat de bonden daarmee precies hetzelfde gedrag vertonen als de bazen: de meest kwetsbare speler éérst aanpakken. Een gemakkelijkheidsoplossing natuurlijk; en allesbehalve een toonbeeld van creativiteit.

Neen, dan wisten de bonden in militantere tijden en landen wel beter: daar reden de treinen wel, en mocht je er tijdens ‘actiedagen’ bovendien gratis op. Zo maak je niet alleen het openbaar vervoer (én de bonden) populair; je verhoogt door zo’n “alternatief prijsbeleid” ook de druk op de verantwoordelijke overheid.

Deze redenering is zo evident dat het haast onverklaarbaar wordt waarom de bonden ze hier niet toepassen. Tenzij ze natuurlijk onder ‘prijsbeleid’ vooral de jacht op de ‘B&B-prijs’ verstaan, en daarom doelbewust hun klanten letterlijk de baan op jagen. Zo’n eretitel als ‘vijfde-colonne’ krijg je tenslotte niet zomaar in de schoot geworpen.

Edi Clijsters

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod

366 x ‘tax profit day’

20 / 01 / 2012

Oeps. Bijna vergeten ! De maand januari zit er alweer bijna op, en ik was haast vergeten u allen het beste te wensen voor 2012 (want dat zal nodig zijn), en u het verheugende nieuws kond te doen dat wij in dit schrikkeljaar zelfs 366 in plaats van 365 keer zullen genieten van een tax profit day. Een wàt ??

Natuurlijk kent u wél de ‘tax freedom day’, want daar wordt u telkens kort voor de zomervakantie mee om de oren geslagen in alle media. “Vanaf vandaag werken we – eindelijk ! – voor onszelf” heet het dan. Op diverse toonaarden en in diverse refreinen, die echter alle tot doel hebben die ene boodschap er in te hameren: een mens werkt in dit land ongeveer de helft van het jaar voor de overheid. De onderliggende boodschap laat evenmin aan duidelijkheid te wensen over: dat is veel te veel.

Profiteren van belastingsgeld

Maar eigenaardig genoeg heb ik nog nooit iemand horen jubelen dat 1 januari de eerste is van 365 – of zelfs 366 – tax profit days. Want vanaf de eerste dag van het jaar profiteren we immers ook van dat belastinggeld. We krijgen daar met z’n allen een heleboel dingen voor in ruil. Met z’n allen, ja: zelfs de mensen – of ondernemingen – die weinig of geen belasting betalen, al zijn die daarom niet per definitie noodlijdend…

Vanaf dag 1, inderdaad. U bent gaan nieuwjaar wensen. Vooruitziend, met het openbaar vervoer ? Treins, trams en bussen reden wat minder frequent dan op werkdagen, maar ze reden; misschien hebt u zelfs van een veerpont gebruik kunnen maken. Met de auto ? Over meestal verlichte wegen. Met her en der politiecontroles om u te behoeden voor die andere, dronken chauffeurs. Als u dan – uiteraard door de schuld van die ene wegpiraat die aan zo’n controle was ontsnapt – een ongeluk zou hebben, verzeilde u binnen de kortste keren in een van die uitstekende ziekenhuizen die ongeveer de hele wereld ons benijdt. Had u misschien toch zelf een glas teveel op ? Dat is dan op een of andere manier wel in de riolering geraakt en weggespoeld.

En kater of niet: daags nadien moet u weer aan de slag. Na het ochtendnieuws uiteraard. Terwijl de kinderen op school zitten, maar al uitkijken naar de naschoolse sport of academie. ’s Avonds kan u dank zij de VRT nog luilekker voor de televisie bekomen van de feestelijkheden. En aangezien u althans in deze eerste weken nog in de stemming bent om enkele goede voornemens waar te maken, trekt u wellicht naar theater, concert, museum of bibliotheek. Of maakt u een wandeling door beschermd natuurgebied of langs architecturaal erfgoed.

Interessante vraag

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat hoeft niet. Iedereen die dat wil kan moeiteloos een aantal voorzieningen opnoemen waarvoor de overheid ofwel zelf zorgt, ofwel door een semi-overheidsdienst laat verzorgen, ofwel door allerlei ‘middenveld’-organisaties die daarvoor flink wat overheidssteun ontvangen. Sommige taken zijn overgedragen aan internationale samenwerkingsverbanden, andere aan gewesten, gemeenschappen of lokale overheden; maar alle niveaus en formules werken uiteindelijk met overheidsgeld. Lees: met het geld van de belastingbetaler.

Die moppert, en kijkt uit naar ‘tax freedom day’. Want hij (m/v) vindt dat-ie voor zijn geld niet (kwantitatief of kwalitatief) voldoende dienstverlening terugkrijgt. Of vraagt zich af waarom hij zou moeten betalen voor diensten die hij niet gebruikt.

Interessante vraag is dat. Bekijk je belastingen louter als een betaling voor goederen of diensten die de overheid levert, met daarbovenop een zo beperkt mogelijke ‘overhead’ voor de kost van het overheidsapparaat ? Als een ruil, kortom, waarin de gebruiker betaalt, en de niet-gebruiker niet; en die dus niet of nauwelijks verschilt van wat ook privé-ondernemers zouden kunnen ?

Of beschouw je het ‘overheidsbeslag’ (het woord !) als de al bij al snuggerste manier om ervoor te zorgen dat ook diensten worden geleverd die wel maatschappelijk noodzakelijk worden geacht maar niet winstgevend zijn (en waar privé-ondernemers dus niet aan beginnen) ?

Idealistisch

Korte pauze… Dan wil ik, nu het ergste hoongelach ietwat geluwd is, graag erkennen dat vooral die laatste voorstelling van zaken (maar eigenlijk de eerste evengoed) een eerder idealistische of zelfs simplistische formulering is, die helaas weinig uitstaans heeft met de realiteit zoals de doorsnee-burger die elke dag ervaart – of in de media voorgeschoteld krijgt.

Want ongetwijfeld valt of viel op een aantal openbare voorzieningen wel aardig wat kritiek te leveren. Dat verklaart overigens waarom in de voorbije kwarteeuw steeds meer openbare diensten werden geprivatiseerd zonder dat daar veel protest tegen kwam. De feitelijke monopolie-situatie van nogal wat openbare diensten bleek al te vaak – in de ene sector al wat meer dan in de andere – funest voor de kwaliteit van de dienstverlening. Dus zagen de herauten van de vrije-markteconomie hun kans schoon om (met de steun van opper-heraut EU) de privatisering te eisen van allerlei voorheen openbare diensten. Dat die privatisering (en de achterliggende winst-logica) hoegenaamd niet altijd of per definitie een verbetering betekende voor de dienstverlening hebben ondertussen steeds meer gebruikers aan den lijve ondervonden.

Het algemeen belang

En ja: ongetwijfeld worden niet alle overheidsinkomsten even optimaal besteed. Het jaarlijkse rapport van het Rekenhof (inmiddels alom bekend als ‘blunderboek’) spreekt daarover letterlijk boekdelen. Maar dan is het aan de burger – die zichzelf tegenwoordig toch zo graag mondig noemt – om rechtstreeks of via zijn democratisch verkozen vertegenwoordigers kritiek te leveren en ervoor te zorgen dat wordt bijgestuurd.

Het zijn trouwens, nota bene, diezelfde vertegenwoordigers van het soevereine volk die bepalen waaraan belastinggeld wordt besteed, en hoeveel. En die daarbij het algemeen belang voor ogen dienen te houden. Want als iedereen alleen maar betaalt voor dié overheidsdiensten die hij zelf gebruikt, zou het wel ’s erg naar kunnen gaan uitzien voor – bijvoorbeeld – onderwijs, cultuur, openbaar vervoer of ‘bedienaren van de eredienst’. Maar evengoed voor wegenbouw. Hoewel. Misschien zou de angstaanjagende gedachte aan besparingen op dàt terrein vele bedrijven motiveren om toch een wat forsere duit in het zakje te doen.

Edi Clijsters

Salduz in Belgistan

06 / 01 / 2012

In wat voor een fantastisch land leven wij toch ! Althans: wij, stukjes-schrijvers. Geen dag gaat hier voorbij zonder dat op zijn minst een handvol mogelijke onderwerpen zich aandienen. Het ene al wat lachwekkender of ergerlijker dan het andere, en helaas zelden hartverheffend.

Zelfs de allereerste dag van het nieuwe jaar heeft niet teleurgesteld. Integendeel: hij zorgde meteen voor een eerste ernstige kandidaat voor ‘woord van het jaar 2012′: Salduz-justitie. Tot vóór 1 januari 2012 had misschien hooguit een honderdtal Belgen al over die meneer Salduz gehoord; dat is één honderdduizendste van de bevolking. En nu word je er mee om de oren geslagen. Salduz-arrest, Salduz-wet, Salduz-rel, Salduz-fiasco, Salduz-oorlogje, enz.

‘Bekentenissen’ onder dwang

Mag ik het vaderlandse relletje allereerst even verklaren vanuit zijn internationale voedingsbodem ?

In Turkije – alom bekend als baken van democratie en mensenrechten, en sinds 1999 officieel kandidaat-lidstaat van de Europese Unie – vloog enkele jaren geleden een jonge Koerd achter de tralies. Dagelijkse kost, daar, zegt u. Ja. Maar deze Salduz liet het daar niet bij, en legde klacht neer bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, omdat zijn veroordeling was gebaseerd op ‘bekentenissen’ die onder dwang waren afgelegd.

Gevolg: eind november 2008 velde het EHRM zijn zg. ‘Salduz’-arrest. Dat stelt – in grote trekken samengevat voor wat ons hier aanbelangt – dat een veroordeling nietig wordt wanneer zij is gesteund op verhoren waarbij geen advocaat voor de verdachte aanwezig was. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor het eerste verhoor, meteen na aanhouding.

Rechtsstaat

Nu gaat het hier niet om juridische scherpslijperij, maar in wezen wel om wat een rechtsstaat zichzelf verschuldigd is. Ook een seriemoordenaar heeft recht op verdediging, ook de meest ongure verdachte heeft recht op juridische bijstand, van bij het eerste verhoor. Voor alle duidelijkheid: België is het Verenigd Koninkrijk niet, is Spanje niet, en al helemaal Turkije niet; maar ook hier is het al wel ’s gebeurd dat verdachten tijdens zo’n eerste verhoor (en dus totnogtoe zonder advocaat erbij) tegen kasten liepen, van trappen vielen of op andere onverklaarbare wijze kneuzingen en/of inwendige bloedingen opliepen.

Tuig van de richel hoor je niet met fluwelen handschoenen aan te pakken, zegt de volksmond dan. Tja: daar ligt precies de grootheid én de zwakte van een rechtsstaat: ook dat tuig heeft recht op een correcte behandeling. Anders verlaagt het politie- en gerechtelijk apparaat zich tot het niveau van diegenen die het bestrijdt. Simpel is het niet, maar je kan nu eenmaal niet de rechtsstaat willen, en deze elementaire regels niét willen.

Verplicht om te zetten

Zelfs al halen ze de ondervragers het bloed van onder de nagels. Zelfs al vereisen ze een forse bijsturing van de werking van politie- en gerechtelijke diensten. Zelfs al impliceert dat wellicht meer middelen om een correcte rechtsgang ook in de praktijk mogelijk te maken.

En – bent u nu ook zo verbaasd ? – laat dàt nu precies zijn wat in België is foutgelopen.

Het Salduz-arrest van het EHRM dateert van eind november 2008; in Nederland werd de werking van politie- en gerechtelijke diensten vanaf april 2010 daaraan aangepast. En eind augustus 2010 had de Orde van Vlaamse Balies (OVB) al een compleet pakket met documentatie en zelfs een praktisch draaiboek klaar voor alle overheden die met ‘Salduz’ zouden te maken krijgen. In een officieel standpunt herinnerde de OVB er later nog eens aan dat België niet alleen verplicht is op straffe van sanctie die Sanduz-aanpak in wetten en praktische maatregelen om te zetten, maar dat ook een lawine van processen voor het EHRM dreigde, wanneer dat niet zou gebeuren (zie: www.advocaat.be).

Paniek-reacties

Tevergeefs. Er is – met name in Brussel – zo goed als geen ernstig en praktijk-gericht voorbereidend overleg geweest tussen politie, justitie en advocatuur. En dan…OEI …dan is het plots 1 januari en moet die verfoeide Salduz-wet worden toegepast. En dan krijg je natuurlijk paniek-reacties.

Of liever: dan krijg je een ‘oplossing’ die de reputatie van dit land als koninkrijk van het surrealisme waarlijk alle eer aandoet. Ze klinkt als volgt. De verdachte die is aangehouden moet reeds bij het eerste verhoor door een advocaat worden bijgestaan. Dat lukt niet, omdat we niet tijdig zijn begonnen met de voorbereiding (bijvoorbeeld: verhoorcentra, permanenties, e.d.). Maar als er geen advocaat aanwezig is, dreigt nadien het hele proces te worden afgekraakt door ‘Europa’. Dus…. verhoren we gewoon niet. Ook als dat in de praktijk meestal betekent dat de verdachte fluks weer op vrije voeten staat. Geniaal, toch ? Zijn we al die serieuze dames en heren van ‘Europa’ weer even te slim afgeweest. Hihi.

Falen van politie- en justitiediensten

Helaas hadden enkele commentatoren in de Vlaamse media het zo niet begrepen. En gierden woorden als ’straffeloosheid’ door de lucht. Zodat de Orde van de Vlaamse Balies zich genoodzaakt zag, toch even te beklemtonen dat het probleem niet bij het Salduz-arrest ligt, maar bij het falen van politie- en justitiediensten om de eigen werking daaraan tijdig aan te passen. Dat er slechts een regering van lopende zaken voorhanden was, is in deze kwestie een ronduit degoûtant excuus.

Waar het in essentie (ook nu weer) om draait is het kennelijk onvermogen van deze staat om zelfs maar minimaal behoorlijk te functioneren. Dat is uiteraard geen prettige vaststelling. En al helemaal niet voor een zo vaderlandslievende Franstalige krant als Le Soir. Daar bestond de commentatrice-van-dienst het om ook ‘Sanduz’ voor de communautaire kar te spannen. De kritische geluiden in de Vlaamse media noemde ze doodleuk “niet te rechtvaardigen manipulatie”, waarvan alweer Brussel het slachtoffer is. Helaas: ook het feit dat de Nederlandstalige advocaten in Brussel alvast beter en concreter op Salduz waren voorbereid dan hun Franstalige confraters moet aan haar aandacht ontsnapt zijn.

Edi Clijsters

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod