Hollande: “Merci, Angela!”
11 / 05 / 2012“Frankrijk kleurt rood, de beurzen ook”. Een alleraardigste boutade was dat. Nu moet een ernstig mens dat rood kleuren van Frankrijk wel met een korrel zout nemen: uittredend president Sarkozy kreeg 48,37 procent van de uitgebrachte stemmen, uitdager Hollande 51,63 %. Een gigantisch verschil (3,26 %) is dat niet.
Bovendien moet je volgens de electorale rekenkunde dat verschil eigenlijk door twee delen. In de kering betekent dat immers dat Sarkozy met nauwelijks 1,64 procent stemmen méér als overwinnaar uit de bus zou zijn gekomen.
Vandaar Hollande’s dankbaarheid tegenover de Duitse kanselier Merkel. Hoezo ? U hebt hem dat niet horen zeggen ? Natuurlijk niet: een staatsman weet wanneer hij er beter het zwijgen toe doet.
Maar aan de werkelijkheid doet dat niets af. Reeds tijdens de campagne had meer dan één intelligente politoloog geopperd dat de openlijke steun van Merkel aan Sarkozy ‘haar’ kandidaat eerder stemmen zou kosten dan opleveren. Haar krasse inmenging in de Franse binnenlandse politiek zou door de Fransen bepaald niet worden geapprecieerd, en Sarko zeker een procent of twee, drie kosten, heette het.
Of daarentegen de (even krasse) openlijke steun van Belgisch premier di Rupo aan Hollande in het voordeel of in het nadeel van de uitdager zou spelen, mochten we niet vernemen. Wellicht heeft dié steunbetuiging in Frankrijk minder aandacht gekregen dan in België…
Het electorale brokje dialektiek (Hollande verkozen dank zij Merkel) mag dan best aardig zijn; wat daarop volgt wordt minder leuk. Want laten we wel wezen: Hollande heeft nog een tweede reden om Merkel dankbaar te zijn. Volgens een inmiddels stevig ingeburgerd gebruik zal Hollande, zoals alle politieke leiders in alle lidstaten dat al vóór hem deden en doen, “Europa” (en in dit geval dus Merkel) de schuld geven voor alle onpopulaire maatregelen die hij zal moeten nemen. Dat zullen er heel wat zijn, en ze zullen niet lang op zich laten wachten.
Romantische zielen verwezen in de voorbije dagen graag naar de overwinning van presidentskandidaat Mitterrand in 1981. Maar uitgerekend die vergelijking laat weinig goeds verwachten. “Besef je wel dat ik, sinds ik geboren ben, alleen maar rechts aan de macht heb gekend ?!” riep een (toen 23-jarige) Franse collega vertwijfeld uit, toen ik destijds schamper opmerkte dat Mitterrand of Giscard eigenlijk niet méér waren dan “bonnet blanc ou blanc bonnet”. Ofte: lood om oud ijzer.
De realiteit zou haar enthousiasme overigens snel temperen. Mitterrand pakte het wel handig aan, dat moet gezegd. Hij wist drommels goed dat hij zijn krappe meerderheid (51,76 %) voor een flink stuk te danken had aan de communistische partij (die in dat verre verleden in Frankrijk nog iets te betekenen had) maar wou die luis in de pels zo snel mogelijk kwijt. Nu hoef je geen marxist te zijn om iets van dialektiek te begrijpen, en dus nam Mitterrand meteen een aantal heel radicale maatregelen … die niet eens een jaar standhielden.
Want ook toen al waren “de financiële markten” meedogenloos: na een paar devaluaties kon de president met zijn onnavolgbare blik van vermoorde onschuld het volk kond doen dat hij het wel geprobeerd had, maar dat de boze buitenwereld niet toeliet een links beleid te voeren. Uit was de rozerode droom. Wat restte was een gematigd en inspiratieloos beleid dat probeerde de scherpste kantjes af te vijlen en zo weinig mogelijk brokken te maken. De brokstukken van ‘Rainbow Warrior” niet te na gesproken, natuurlijk.
Sindsdien hullen “de markten” zich graag in de blauwe vlag met twaalf gele sterren wanneer dat in hun kraam past. Dat betekent onder meer dat Hollande hoegenaamd niet meer speelruimte mag verwachten dan Mitterrand destijds. Integendeel. Over banen, pensioenen, welvaart en over wat de komende generaties te wachten staat, zal weldra alléén nog de ongebreidelde vrije-markteconomie beslissen.
Wie dat betwijfelt maakt zichzelf of zijn achterban iets wijs; wie dat nù nog wil beletten komt een oorlog te laat. Als de Europese sociaaldemocraten aan de economische eenmaking van Europa een sociaal en ecologisch verantwoorde grondslag hadden willen geven, hadden zij dat tientallen jaren geleden moeten proberen, toen ze in een meerderheid van de lidstaten (al dan niet in coalitie met christendemocratische voorvechters van het ‘Rijnlandmodel’) de dienst uitmaakten.
Dat is niet gebeurd; het is zelfs nauwelijks geprobeerd. Nu ja, Kurt Tucholsky wist het al: die dutsen van sociaaldemocraten “dachten dat ze aan de macht waren, terwijl ze ocharme alleen maar in de regering zaten”…
Verrassend genoeg treedt hier een paradox aan het licht waar de Europese arbeidersbeweging en de sociaal- en christendemocraten allesbehalve trots mogen op zijn: terwijl zij er op Europees niveau niet in slaagden tenminste een schijn van Rijnlandmodel te verankeren, schrokken zij er op nationaal niveau haast overal voor terug dat model zó te moderniseren dat het ook in een geglobaliseerde 21ste eeuw zou kunnen overleven.
Je kan dat jammer vinden. Je kan het ook schuldig verzuim noemen. Alleen zijn het niet de Mitterands, de Hollandes of hun geestesgenoten elders in de EU, die voor dat verzuim zullen boeten. Wél die miljoenen aanhangers die nu een paar weken lang hun wensen voor werkelijkheid mogen nemen, en vervolgens – “onvermijdelijk” – het gelag zullen betalen.
Edi Clijsters





